van-p-naar-r.reismee.nl

Epiloog

Ieder goed verhaal kent een passend slot. Ik ben ook toe aan een afronding. Enkele maanden geleden begon ik mijn verhaal met dat citaat van Bloch: der Reiz der Reise. Die Reiz, die aantrekkingskracht, zit wel daarin, dat je nooit weet wat de reis zal brengen - het doel is/was bekend, maar verder....? Je vult die deels zelf in, deels wordt die ingevuld door wat op je pad komt. Rome is bereikt. Het Testimonium dat ik de pelgrimage heb voltooid heb ik gisteren ontvangen in de kerk der Friezen (heeft, sorry Friezen, niets met Friezen in huidige zin te maken!) na overleg van het met stempels gevulde pelgrimspaspoort. Ik moet eerlijk bekennen: tot aan de StBernhard was dat leeg, ik vergat ze steeds, vond het onbelangrijk. Esther, met wie ik een tijdje liep, was daar alerter op en ik deed mee, zo vulde zich mijn paspoort toch redelijk en dus krijg ik het Bewijs.  Maar het echte stempel zit ergens anders. De echte afronding is ook van andere orde. De laatste 2 weken kwam opeens een essay boven dat ik vorig jaar las , vooral een uitspraak daaruit die mij toen al trof: ‘ een wezen is vrij, als het in zijn element is’. We gebruiken dat woord element wel in de simpele betekenis als ‘je prettig voelen’, maar het is meer dan dat. Een vis voelt zich niet prettig in water- het is elementair voor de vis, het is wat fundamenteel bij hem hoort. Zo rondde zich mijn reis af met deze gedachte. Je denkt na, reist door je leven: wat heeft zich daarin als elementair betoond? Mijn verhalen in dit blog zijn er een afspiegeling van geweest, zonder dat ik het precies wist. Ze waren belangrijk, schreef ik, ze ordenen, schiften - en gaven zo aan wat elementair is voor mij. Gaandeweg werd dat steeds duidelijker.  

Ik vond het frappant: aan het eind van de reis kwam dat citaat boven, toen pas; en het geeft perfect het kader aan van het voorgaande. De wereld van de letteren, de filosofie, de theologie de muziek en meer: dat is elementair voor me. Ik vatte het samen als de wereld van de geest, en ook de Geest. Ik ‘wist’  het al, als kind al las ik heel veel, nu viel het op z’n plek. De Reiz der Reise krijgt een ongedachte invulling. Iemand van jullie, een oud dispuutsgenoot uit mijn studententijd die bij toeval mijn blog tegenkwam, verwoordde het zo: je vindt, zonder te zoeken. Heel goed gezien en verwoord. Ik ging niet op pad om iets te zoeken, de Reiz bestond juist  daarin dat ik dat niet deed. Zo heeft deze reis van mijn leven meer gebracht dan ik durfde hopen. Pelgrimeren wordt vaak gezien als afzien, als moeizaam voorttrekken, moeilijkheden overwinnen. Ik heb het ervaren als een vreugdevolle onderneming, in het volle besef geweldig veel geluk te hebben gehad: geen tegenslag, op een enkele blessure na in Limburg. Een vreugdevolle onderneming - dat was het, met elementaire (!) ervaringen. 

Rest mij jullie allen te bedanken, met je hartverwarmende reacties, die me soms onbedaarlijk deden lachen of ook ontroeren. Jullie als lezers op de achtergrond waren belangrijk, ook diegenen  die ik helemaal niet ken maar als (ex)medepelgrim mij volgden (zo herkende in de kerk van de Friezen gisteren Martin mij van de foto op mijn blog; een ander citeert me in haar blog); jullie werden steeds belangrijker: ik dacht veel na over wat te vertellen en hoe, want wat of wie ben je zonder de ander, je volgers? Ik onderschatte dat aanvankelijk, en schreef voor mezelf, maar dat verschoof wat naar jullie toe. En dan al die tientallen mensen die ik ontmoette, veelal met naam, vaak niet eens. Ze blijven deel uitmaken  van mijn verhaal. Nooit genoemd bijvoorbeeld: een jonge vrouw uit een buitenwijk van Trier: ‘bitte, denken Sie noch mal aan mich, wenn Sie nach Rom kommen- ich heisse Petra’. Het werd me nog een paar keer gevraagd. Of gewoon de groet vanuit de auto, (we zien je wel, buon camino- wil het zeggen) - het is onvergetelijk. 

Ondertussen ben ik van gedaante veranderd: toerist in Rome, en we genieten er van; doen alles  lopend en dat gaat goed, ook met Bea.  Donderdag vliegen we terug en ik zie er naar uit. Het was meer dan goed, een vreugdevolle onderneming. Ieder -bekend, onbekend: mille grazie vanuit de eeuwige stad.


Hoe zuidelijker, hoe....

Je kunt merken dat we verder naar het zuiden zijn, merkte Bea op. Waaraan je dat merkt: het is smeriger, slordiger, chaotischer- steden en dorpen zijn anders, de wegen zijn slechter. Dat laatste is echt opvallend. Slechte wegen in Nederland zouden hier als biljartlakens ervaren worden. Slecht is vele malen slechter dan in Ndl. Het noordelijker gelegen Toscane is echt totaal anders, je merkt aan alles dat dat veel welvarender is. Lazio is anders, alsof het bij de provinciegrens echt ophoudt. Bolsena is wat dat betreft een soort kantelpunt: net geen Toscane meer, wel in trek bij toeristen en het ziet er verzorgd uit. Montefiascone, zo’n 15 km verder, is al anders, slordig, somber,  ongeordend en onverzorgd. De plaatsen waar we daarna verblijven bevestigen dat beeld alleen maar. Neem de grote stad, de laatste voor Rome, Viterbo. Mooi, maar totaal anders dan Siena of Lucca. Het is moeilijk te beschrijven, maar overduidelijk. Alleen: of het een kwestie van welvaart is, is de vraag. De winkeltjes- winkeltjes, geen grote saaie zalen als bij ons- zien er verzorgd uit. Mijn voorzichtige conclusie: het uiterlijk van de stad  of woning interesseert hen gewoon niet of minder. Een B&B ziet er niet uit van buiten, maar van binnen....! De sfeer in de plaatsen echter is bijzonder, naar mijn idee- ik vind het wederom prachtig. Zo zijn we vandaag in Formello beland- de middeleeuwen. Het historisch deel kenmerkt zich door de vele pleintjes: per zes huizen ongeveer een pleintje, met boom waarrond je kunt zitten. Niet eerder gezien. Toch blijft wel het idee hangen: het is hier minder welvarend dan in Toscane. Nog meer? Ja, de mensen zijn wat anders, vaak kleiner, donkerder. Net als de steden zelf: vaak uit donkere grote stenen opgetrokken. Verder: we eten later. Kan in Toscane zeven uur soms nog, hier lukt dat niet- half acht is op z’n vroegst. Je gaat een provinciegrens over- en de cultuur is echt weer behoorlijk anders. 

We naderen de grote wereldstad Rome, het wordt drukker. Ik heb zelden vooruit gekeken tijdens mijn reis (is goed bevallen), nu werp ik toevallig een blik op de kaart en zie dat Sutri zo’n 50 km van Rome ligt- een uurtje met de trein. Dat had ik niet verwacht- niet in dagen alleen, ook op de kaart nog slechts een Hanetree. Ik merk dat ik onrustig ben, onrustig slaap  - ik denk veel terug, ben bezig met ‘verwerken’. Ik vind dat ook goed, het hoeft niet meer langer. Het afscheid nemen doet geen pijn, dat zal nog wel komen; ik verlang weer naar het gewone leven en merk dat ik plannen maak. Dat is een goed teken vind ik. Toch: ook al komen de fysieke grenzen in zicht, vandaag uren lang vijf km per uur gelopen- door het koele weer en de vlakke etappe. Maar eergisteren, slechts 18 km, sleepte ik me een hellingkje als een hondendrol op. Het ging nauwelijks. Ik weet het aan het Italiaanse ontbijt; ik ben gewoon op. Een andere jongere pelgrim kan alleen nog met twee stokken lopen, anders gaat het niet- we zijn gewoon op! Un jour sans, slechte-benen-dag heet dat in wielertermen en die zijn er meer dan twee maand terug. Niks mis mee, en zo ervaar ik het ook. En dan doe ik het als 67-jarige niet gek vind ik - en ik haal weer wat ‘jong spul’ in!?

Morgen komen we in een voorstad van Rome, om zaterdag gezamenlijk naar het Pietersplein te lopen- nog geen idee wat dat bij me zal oproepen. Voor nu: buona notte e a dopodomani da Roma, ofwel:welterusten en tot overmorgen vanuit Rome.

Lopend door werelderfgoed.

Toen we al weer meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in Toscane kwamen en bezuiden Siena de Crete doorkruisten was ik meteen gefascineerd door dat landschap. Wat daar nu zo mooi aan was vond ik moeilijk uit te leggen, maar ik kreeg er geen genoeg van. Woestijn, droog, eenzaam, onafzienlijk ...Maar als je beter keek zag je stadjes, dorpjes, boerderijen, huizen op een berg- die laatsten steevast omringd door cypressen, de stadjes en dorpjes middeleeuws rond kerken pleinen. Wonderschoon. In reïncarnatie geloof ik niet, maar als ik er voor een moment in meega, ben ik ervan overtuigd hier ooit in de Middeleeuwen geleefd te hebben- anders kan ik die fascinatie voor dit landschap en al die stadjes niet verklaren. Ik had nauwelijks omlijnde voorstellingen omtrent mijn reis, maar hoopte stilletjes op een route door dit gebied. En zie... meer dan ik had durven hopen. En nog steeds bevalt me de gedachte, al lopend door deze streek: je bent niet goed snik dat je dit mooi vindt. Maar... in 2005 is dit landschap door de Unesco tot werelderfgoed bestempeld. Kijk aan...ik bevind me dus in goed gezelschap ( óf de Unesco?!).Hoe dan ook- ik geniet elke dag sinds ongeveer San Gimignano, nog versterkt door het weer. De wijdheid, de vergezichten, het licht— verwondering, dat is het, het thema van de ledendag van de vereniging pelgrimswegen naar Rome. Verwondering, wonder- zoiets.

Dat werelderfgoed mag wat nij betreft worden uitgebreid met de pleinen en pleintjes van Italiaanse steden en dorpen. Niet zozeer de grote beroemde pleinen in Lucca en Siena - nee, juist de kleine, afgelegen pleintjes in wijken buiten de toeristische trekpleisters- dáár klopt het Italiaanse leven. Daar komt men samen, schaakt men (met klok!), kaart men, komt men zondags na de kerk samen; of omgekeerd: vandaar houdt men de tijd in de gaten en gaat op tijd ( d.w.z na de saaie preek) de kerk in voor de eucharistie - neemt ouwel en wijn, wenst elkaar en onbekenden (ons bijvoorbeeld) pace e bene en vertrekt weer. Zo doen veel Italianen dat- prachtig vind ik het.  Daar drinken we het liefst koffie en een wijntje. Pleinen dus- waar de oude mannen, zij vooral, met de zon, of beter: de schaduw, meeschuiven van de ene kant van het plein in de morgen naar de andere kant in de middag. ‘ Het Licht beweegt de mensen’, dichtte Hans Andreus al- al bedoelde hij wat anders.

En dan die taal! We komen door stadjes die luisteren naar welluidende namen als Buonconvento, San Quirico d’Orcia, Radicofani, Proceno, Acquapendente — een waar klankspel uit het Italiaans Belcanto; ik ken wel een componist die dat op muziek zou kunnen zetten!

Cultureel erfgoed dus. Vanmorgen nog een fraai staaltje gezien. Gisteren was hier (Bolsena) een tentoonstelling van landbouwmachines, tractoren vooral. Vandaag trokken ze in processie door de stad naar een terrein waar alles gezegend zou worden, en daarna trokken ze in processie weer terug. In een kerk, waaruit prachtig koorgezang klonk, was breed uitgestald de rijke vruchten van het land, mooi opgemaakt, met strikjes bij elkaar gehouden, een fles olijfolie erbij, het koor zong in ... fantastisch. Een soort dankdag voor het gewas, maar dan typisch katholiek naar mijn idee: concreet gemaakt - die vruchten zijn aanwezig. Ik vind dat bijna ontroerend mooi - godsdienst heeft met concrete ervaringen te maken, precies de rode draad van mijn boek, besef ik opeens. Heel anders dan ik het ken uit mijn jeugd.

Ondertussen breekt de laatste week van mijn pelgrimage aan. We hadden het er gisteren nog over: wat is nou pelgrimeren precies? Het was wat weggezakt, maar deze week in een eenzaam kerkje op een hoge berg was het er weer, vooral door de gregoriaanse muziek. Twee jongere pelgrims knielden en sloegen een kruis, waren in meditatie verdiept- lopen, een verstild kerkje, muziek- samen doet dat wat met wandelaars- het maakt ze wellicht tot pelgrims. Goed, het laatste is hier nog niet over gedacht. De laatste week dus. De gevoelens zijn moeilijk peilbaar - het is bijna afgelopen, beter:  afgerond. En daarom is het ook goed. Ik loop nog zo’ dikke honderd kilometer en dan is het afgerond - nog steeds onvoorstelbaar als ik terugkijk. Zelfs gisteren: ik zie een hoge berg met stad, Radicofani; een heel eind weg. Kom ik daar vandaan vandaag? Ja, daar ben je begonnen vanmorgen - sterker: in Peize ben je begonnen. Bea loopt me iedere dag een stuk tegemoet en zei deze week: als ik je opeens zie verschijnen kan ik het me niet voorstellen: vanaf Peize hierheen, nu bijna 2500 km.

Ik heb nog een week om te genieten van deze reis, dit land, deze ervaring; voor het bezinken is meer tijd nodig. Maar één ding weet ik zeker: dit doe ik niet over, dat zou het unieke karakter van deze reis alleen maar teniet toen. Wandelen ja, pelgrimeren: nee, dit was éenmalig en daarom zo kostbaar.

PS: foto’ s van San Gimignano en Siena zijn nog steeds niet te plaatsen, te zwaar. Ik blijf het proberen.

Voor nu: tot in Rome.

Ciao


Wat heet cultuur!

Hij had er duidelijk nog geen zin in, de eigenaar van het ons aangeraden ristorante: Klanten! Buitenlanders! dus veel te vroeg. Er staat wel 19.15 op de deur, maar dat is Italiaanse tijd, en betekent eigenlijk half acht, maar liever nog wat later. Net als gisteravond in Siena- ‘klanten, werk, maar ik ben nog niet zo ver’. Later ontdooide hij en was erg aardig. Goed, te vroeg dus, maar ‘oma’ zei dat we gewoon konden gaan zitten. Ze bleek 100 te zijn en had het familiebedrijf 73 jaar geleden opgericht. Ze zat er de hele avond- aan o.a een glas wijn, volgens Bea was het aangelengd. De hele familie was bij iedere gast in rep en roer, het ging allemaal net: de een sneed brood en tapte water, de ander stond Amerikanen in het Engels te woord, een derde deed de keuken , etc- ieder naar z’n competentie, zeg maar. De balans met Oma van 100 werd na een tijdje recht getrokken door een boreling van een paar weken- zusje van drie was er al enige tijd. Om negen uur - wel te verstaan! In Ndl zouden ze al lang slapen. Socialisatie heet zoiets volgens mij. Dát is eten in een echt Italiaans Ristorante- leuker kun je het niet krijgen, Italiaanser ook nauwelijks; veel leuker dan met Amerikanen. Cultuur, schreef ik eerder, is met handen te tasten. En nog meer overigens. Onderweg van Lucca via San Gimignano naar Siena vielen me de vele vervallen en leeg staande kerkjes en abdijen op. Ze zijn op hun eigen manier nog steeds fraai. Het zijn er echt heel veel en ze staan er over honderd of meer jaar waarschijnlijk nog. En opeens kwam het mooie gedicht van C.O. Jellema boven: het kerkje van Fransum. (Ex)-Groningers kennen het ongetwijfeld, in het stille weidse Groningse land, op een wierde, alleen omgeven door bomen). Jellema (docent van mij aan het germanistisch instituut) - germanist en theoloog- weet een beeld van het kerkje, dat al lang niet meer als zodanig functioneert,  op te roepen vol paradoxen. ‘ bestaat nog god’ - zo vraagt hij in de eerste regel, om te eindigen met: ‘ van het uitblijvend antwoord de schrijn’ ( het gedicht is op internet te vinden). Wat een talige en anderszins-vondst. Dat komt boven bij me als ik bij zo’n verlaten abdij kom; al die oude kerken, abdijen- functieloos lijken ze, toch laat men ze staan - ‘ van het uitblijvend antwoord de schrijn’. Nu doet men dat alles meer privé zo lijkt het- in veel tuinen zie ik kleine bouwsels met Maria-afbeeldingen in een mini-kapelletje - idem aan huizen. En ik kom in een piepklein dorpskerkje waar naar het even kleine altaar een loper voert- zo een hadden we vroeger op de trap: donker rood, zwart en geel, hartstikke klassiek. Hier lag die keurig op de grond: stijf van het zand, kleuren nauwelijks herkenbaar, maar: keurig netjes naar het altaar leidend! En zo loop ik door het herfstige Toscaanse land . Zelfs de oude strijd tussen keizer en paus komt boven: wie heeft het voor het zeggen? De keizer/koning moest in de 11e eeuw z’n meerdere erkennen in de paus (tocht naar Canossa)- en je ziet hier nog steeds de concrete uitwerkingen van die machtsstrijd. Perugia in Umbrië is er een voorbeeld van: welk gebouw is het hoogste- de kerk of de zetel van de wereldlijke macht? In Siena hetzelfde. Hoog boven alles uit torent de Duomo. De toren van het Palazzo Pubblico is weliswaar van afstand bijna even hoog, maar legt het door z’n rankheid duidelijk af tegen de Duomo in diens massive aanwezigheid. De verhoudingen moesten wel even duidelijk gemaakt worden. Zo was in de aanloop hierheen, het Aostadal o.a, het aantal burchten of ruïnes ervan opvallend: en altijd boven het dorp of de stad gelegen- en dus boven de kerk. Toeval? Ik geloof er niets van .

Siena!! Kan het mooier dan Lucca? Ja, Siena. Met meer hoogteverschil en dus kruip-door- sluip-door- gangetjes, en huizen boven die donkere steegjes, waarachter weer iets ... etc etc. Ik was aan een rustdag toe- al weer- en we besloten die in Siena door te brengen; alsof we er niet al vele keren waren geweest: wat een stad! Een dool-stad! Met toch het mooiste plein, de CAmpo, al begon ik te twijfelen toen we de Piazza Cisterne in S.Gimignano zagen (oordeel zelf- als de foto’s niet te ‘zwaar ‘ zijn om geplaatst te worden). 

We weten zo van de nood (Bea kan voorlopig minder dan gedacht) een deugd te maken: auto gehuurd, en ze gaat vooruit, ergens anders heen en loopt me tegemoet. Wellicht dat de laatste etappes wel lukken. Ik loop door en het einde komt in zicht: de hak van mijn schoen is bijna tot nul afgesleten; mijn fysieke grens komt in zicht. Ik merk het effect van 4 maand lopen- het lichaam is bijna op. Het gekke is dat ik snel herstel van een inspanning, maar 30 km is eigenlijk te veel, als het steeds glooiend op en neer gaat- niet hoog, maar toch- put me dat uit. Het is zwaarder dan twee maand terug. Yves-Pierre, een Belgische pelgrim, we ontmoeten elkaar al wekenlang, zegt me: 25 km, meer gaat niet meer- en hij is veel jonger dan ik. Ik ben opgelucht- het is dus niet abnormaal. Wist ik ook wel, maar toch. Een etappe van 33 km ga ik dus opdelen. Maar genieten van het gebied kan ik wel-,toen we hier jaren her kwamen vond ik het merkwaardig genoeg al fascinerend: een maanlandschap, en ik vond het schitterend- nog steeds, en nu lóóp ik er doorheen! Het weer is buitengewoon mooi, zacht, zonnig, met die speciale gloed van de herfst- en nog steeds geen inzinkingen, fysiek noch mentaal. Nog 11 etappes en de reis van mijn leven is afgerond.

( foto’s komen later)

Buena Notte


‘s Lands wijs- ‘s lands eer

De tv staat aan, staat keihard aan- journaal, doelpunten van de CL-wedstrijden in 30 seconden. Of er nu een gast is, of niet, buitenlander of niet - de tv staat aan, staat keihard aan. Ontbijt in Italië. Nou ja, ontbijt- veelal moet je dat in een aanpalend café nuttigen, maar als het B&B of hotel het aanbiedt is het een Italiaans ontbijt: kaakjes, beschuitjes, brioches, koekjes en eigen gemaakte taart- crostata. Veel zoet dus en soms yoghurt met granen- een concessie aan de ‘stranieri’ , de buitenlanders. Een ontbijtcultuur kennen de Italianen niet; pardon-,die kennen ze wel, maar die is wat anders dan de onze, de Duitse of Engelse. Een Italiaan stopt op weg naar werk bij een café, neemt een cappuccino en een brioche en is in vijf minuten weer weg. Als pelgrim, met een stevige tocht voor de boeg, kun je het daar niet op doen. Regelmatig voelde ik me dan ook weggekeken: ‘ is die man nou nog niet klaar? Nog een broodje ( als die er zijn) , nog een koffie, en dan nog yoghurt- schiet es op’!  Dit is Italië- geen idee wat een pelgrim aan ontbijt behoeft, staan ze volstrekt niet bij stil, past niet in hun cultuur. Dat weet je als pelgrim, of kun je weten- dus niet moeilijk over doen, dan moet je thuis blijven. 

Ik ben nu ruim een maand in Italië, met veel verschillende landschappen, steden, mensen, herkenbare gewoonten en cultuurpatronen. Ik beschrijf een fictieve dag, waarin ik een aantal van die elementen samenvat. Het ontbijt is dus achter de rug- waar en hoe dan ook. Ik ga op pad. Eerst brood en kaas kopen. Buon Viaggio of Buon Camino wordt me vriendelijk toegewenst, na geïnformeerd te hebben of ik Pellegrino ben. Helemaal uit Olanda? Tutti a piedi?  ‘ t is toch wat- bravo!!

Na ruim twee uur, afhankelijk of er een dorp is en een café open, heb ik zin aan koffie. Cappuccino zonder cacao- moet je er vaak bijleggen, want veel buitenlanders vinden dat lekker- hoort niet, mompelde een Italiaan deze week. In een stad met rijk cultureel erfgoed valt weer iets op: kinderklassen, keurig twee aan twee, hand in hand- juf voorop, meester achteraan gaan ze het moois van hun land/stad bekijken- gedisciplineerd! Zelfs pubers, veel pubers, in klasverband kwam ik in een kerk tegen! Tja- de aandacht voor cultureel erfgoed moest op de PABO altijd bevochten worden, en waarschijnlijk is het al afgeschaft - levert immers niets op! Hier leeft het, sterker nog: Italianen zijn trots op hun erfgoed! Maar ze hebben ook zo veel.

Ik loop verder.vaak word ik, op straat of in een bakkerij aangesproken: Pellegrino? Waar kom je vandaan? Om zelf al in te vullen: Tedesco? (Duits?) pas na enkel pogingen komt ‘ O, Olandese’  op- steevast met brede lach en waardering dat ik Italiaans poog te spreken. 

Bij een B&B word ik en worden we vriendelijk begroet- bij een hotel is het kort, zakelijk vaak, men moet aan de slag. In Duitsland, Nederland en Zwitserland gaat dat fundamenteel anders- nooit het gevoel gehad mensen werk te bezorgen, hier wel. 

Na een heerlijke douche en een poosje plat in bed is het tijd voor bier- heerlijk koel bier. Vaak krijg je er zoute pinda’s en chips bij. Met Belgische pelgrim dronk ik een biertje en we kregen zoveel aan happen, dat hij vroeg: ga je nog eten?

Dan het avondeten. Ik ben geen kenner, maar het eten hier is echt van andere orde dan onze Hollandse kost, afgezien uiteraard van restaurants bij ons. Hier is het overheerlijk, en puur- met weinig toevoegingen: olijfolie, wat kaas soms- dat is het. Neem hier Bresaola (bij ons bekend als Carpaccio) of in Nederland- een wereld van verschil! Het is van rijke variëteit en regionaal zeer verschillend. In Duitsland is de keuken veelal ‘gut bürgerlich’ , traditioneel en heel veel (men gaf Seniorenportionen als mogelijkheid, maar ik zag gaan verschil- wat er weggegooid wordt is gigantisch) - hier is het ook traditioneel, maar in de loop der jaren merken we invloeden van elders - net als in Duitsland trouwens, waar de eenheidssmaak van de salades gelukkig bijna verleden tijd is. De entourage hier is ook vaak iets anders dan bij ons- soms lijkt het eerder een bedrijfskantine, maar...... met keurige gesteven tafelkleedjes, netjes afgezoomd, met mooie motiefjes-niets  mis mee, in ieder geval geen plastic troep. En het eten is heerlijk- vinden wij. Vader leert zoon hoe je de ham aansnijdt, waar ieder bij is- heel dun, met je ene hand de ham tegenhoudend- zonder,als bij ons,een plastic handschoen. Alleen bij de bestelling - dat moeten ze nog leren te onthouden: hoe vaak een deel wordt vergeten ... ontelbaar! In Duitsland nooit meegemaakt.  

We eindigen waar de dag begon: de tv staat aan, staat keihard aan! Soms op twee schermen tegelijk. Wat een boeiend, chaotisch, mooi, raar, merkwaardig land.  ‘s Lands wijs- ‘ s lands eer, inderdaad. De culturele verschillen, de verschillende identiteiten zijn vaak met handen te tasten. Er is veel over te schrijven. Zo vielen de Italiaanse en Franse mannen in beide wereldoorlogen voor het vaderland, aldus de monumenten-  bij ons volgens mij voor de vrijheid. Wel meer dan een accentverschil- overigens zonder hier een waardeoordeel aan te verbinden. Drie buitenlanden- drie grote verschillen in cultuur, identiteit. Mooi, voorspelbaar - boeiend om dat te kunnen beleven.

En de reis? We zijn gisteren in Lucca aangekomen- we waren er tien jaar geleden geweest, maar gelukkig was alles weggezakt: wat een stad! Ik doorbrak mijn patroon- douchen en dan de stad in- als een kind in een snoepwinkel, zo voelde ik me, fantastisch. Voor mij tot nu toe het hoogtepunt wat stedenbezoek betreft op mijn reis. Tja, en dan vandaag een van de saaiste etappes- dat hoort er bij, morgen beter. 

Een hartelijke groet en buena notte.


Naar zee

Ik had niet door dat mijn lichaam zo om rust schreeuwde! Na dagen door de Apennijnen te zijn afgedaald (vooral dat) ben ik echt op. Helaas heeft Bea een hamstringblessure door een afdaling, ze loopt niet mee maar vooruit in hst schitterende, ons volstrekt onbekende plaatsje Sarzana blijft ze twee nachten. Ik ben weer een avondeten en nacht alleen. Gisteren kwam ik na een prachtige wandeling met uitzichten op het Toscaanse land aan. Loodzwaar weer, door de afdaling, net als zondag. Geen stap kun je gewoon zetten, kijken maar de omgeving gaat niet- stenen ontwijken, waar zet ik het meest gunstig mijn voeten- en even niet oppassen en ik kon me net tegen een boom planten om nier te vallen. Bebloed en geschramd ging ik verder. Overleg leverde een rustdag op: mijn lichaam en geest stemden meteen in en vandaag bij het bekijken van Sarzana bleek hoe terecht. Het voorkomt mede blessures, bij mij on ieder gebal, daar ben ik van overtuigd. De menselijke geest maakt rare capriolen, toch? Het voorstel weer twee dagen apart te gaan deed meteen twijfel opkomen: lukt dat wel ?? Idioot toch, na drie maand en meer alleen. Gelukkig kan ik et om grinniken.

Goed- de Apennijnen zijn bedwongen, mooi maar loodzwaar. We zijn weer op zeeniveau - vanwaar ik vertrok. De komende dagen door het gebied van de marmergroeven van Carrera. De kerk hier in Sarzana laat het al zien: van buiten oud en mooi, van binnen volgepropt o.a met marmeren beelden, reliëfs en zware marmeren pilaren. Nog 4 etappes, dan zijn we in Lucca en komen we in het ons zo bekende gebied rond Sienna. De wandelingen in de afgelopen dagen hebben me doen begrijpen wat schilders al eeuwen naar Toscane doet trekken, zeker in dit jaargetijde: het licht. Het is milder dan het harde zomerse licht, de aarzelend in de bergen verschijnende herfstkleuren doen de rest: ik ben geen schillder, mis het jargon om het te beschrijven, maar het is prachtig En ik blijf fotograferen - een mislukte vorm van schilderen. Nu dus de zee, het marmer en enkele vlakke etappes, waar Bea vanaf zaterdag weer deels hoopt mee te lopen. Overigens kunnen we et heel goed een mouw aan passen en maken we, zoals ze op FBook schrijft , van de nood een deugd en dat kunnen we goed.

Tot uit Lucca - Salve!

(Niet gecorrigeerd - we gaan eten!) 

Bezonken gedachten

Van een redelijk goede internetverbinding moet ik gebruik maken- dus meteen nog maar iets wat mezelf al opviel en Bea me ook op wees: mijn verhalen in m'n blog zijn langzamerhand van karakter aan het veranderen. Het gewone dagelijkse bestaan als pelgrim komt meer aan bod- struikelend, te weinig caloriën etend (advies van Bea negerend, sukkel!), dag erop alleen brood etend - ja, dan krijg je het moeilijk ook op een korte route met relatief eenvoudig hoogteprofiel - ik noem maar wat. Niet dat de reflecties zijn opgedroogd - absoluut niet. Om maar een niet uit te werken voorbeeld te noemen: het overlijden van Kuitert zette me tot denken, letterlijk na-denken aan- wat heeft hij voor mij als theoloog betekend? Ik zie foto's voor me, van de Dom in Pavia  en de crypte er onder - dat is Kuitert, 'zie' ik opeens. Goed, ik schrijf er verder niet over. Pelgrimeren zet in mijn geval tot na-denken aan, tot denken over de pelgrimstocht van mijn leven; ik ging associërend door stad en land - en dan blijken opeens de gedachten bezonken, geland te zijn: zo was het dus, dit was je tocht tot nu toe door het leven. De realiteit als opmaat om die gedachten op te roepen en dit blog mede om ze te verwoorden. Dat is nu anders geworden, heel langzaam, maar duidelijk. Pelgrimeren is ook, (ook!), gewoon je zelf blijven. En bij dat zelf van mij hoort ook van het gewone leven genieten. We kwamen een Zwitser tegen vorige week die een avond tegen ons aankletste: hij wilde als pelgrim de diepte in, weten wie een ander is, wilde geen trivialiteiten (krijgtFeyenoord morgen in de championsl. weer op z'n donder?) etc etc. De man hield monologen! Vroeg niets. We keken elkaar aan: volgens ons begrijpt hij pelgrimeren wel heel simpel! Goed- ik blijf hoop ik mezelf. Bea vroeg me of de reis me gebracht heeft wat ik me voorgesteld had. Nee- want ik had geen vaste voorstellingen; ja, want ik heb meer aan ontmoetingen, ervaringen die 'je weet dat zullen komen' (hi hi) opgedaan dan verwacht. En de reis naar binnen (zie verhaal daarover) was ongedacht, ongepland en daarom des te waardevoller. Een mooie opmerking of observatie maakte iemand onderweg: ik denk zelf veranderd te zijn op sommige punten, maar mijn partner merkt er niets van, zegt ie. Prachtig, nuchter- zal  Bea vermoedelijk helemaal beamen. De gedachten zijn wat geland, bezonken- de elementen van het bestaan die in het gewone leven te weinig aan bod komen (ik moet overal iets van vinden, alles doet een beroep op me, functionaliteit staat voorop) krijgen het volle pond- een verademing , ik kan niet anders zeggen. Maar uiteraard is het nog lang niet bezonken, dat duurt nog wel even. Toch: nu krijgt het alledaagse bestaan wat meer aandacht: kapotte schoen, lastige route ( St. Bernhard is makkie vergeleken met Apennijnen), eredivisie-perikelen, wat is er voor moois te zien onderweg in Toscane aan land en stad en dorp, het slechte brood voor onderweg soms: je zet het mes erin en je bent de helft al kwijt aan verkruimeling, de overwinning van Merkel etc etc. Toch sluit ik me af voor Trumpsiaanse zaken. Behalve deze: een Italiaan zei tegen een Amerikaan: you've got a problem ( doelend op Trump); yes we have, but no twenty years, was het antwoord - doelend op Berlusconi. Daverend gelach was het gevolg. Ofwel: een kleine grap relativeert het grote misbaar - het haalt opwereldniveau niets uit, wel op individueel niveau.

Aan de Vino Bianco ( het gewone leven!) - toch daardoor weer een reflectief verhaal geworden .

Buena notte 

'Lichte' gebaren- zware dagen

We kregen van vrienden een kopie van de column van Ephimenco uit Trouw (' misschien wel de beste krant van Ndl') toegestuurd, waarin hij een pelgrim die zijn huis in Italië passeerde in de hitte een flesje water achterna brengt: in onze wereld dreigt het kleine gebaar verloren te gaan in het grote misbaar van de groten det aarde- zo vat ik hem even in eigen woorden samen. Laat dit nu helemaal kloppen met mijn, nu: onze ervaringen. We hadden het zo mooi bedacht: we lopen naar Berceto (korte stevige etappe), ik loop door naar de pas Cisa, Bea neemt de bus erheen en zondag van daar de bus naar Pontremoli, waar ik hen loop. Tja, we hebben buiten de Italiaanse waard gerekend: er gaat geen bus. We besluiten in Berceto te blijven, in het vertrouwen dat morgen wel bussen gaan -we vinden een BenB, gaan erheen en meneer helpt ons uit de droom: op zondag gaan er geen bussen naar de pas of naar Pontremoli, maar zegt hij in een moeite door: ik breng u naar P. We zijn even sprakeloos- net als vrijdag. Bea reisde vooruit, korte en ook stevige tocht voor mij, en zou bij Ostello boeken: vol. Geen nood: meneer bracht ons onder in ander huis- keuken, woonkamer, badkamer, slaapkamer helemaal voor ons.Maar dat niet alleen: alles in de keuken, de inhoud van de grote koelkast, de potjes en blikjes en doosjes, kazen en worsten, bier en wijn- noem maar op: allemaal ter beschikking van ons. Dat kan alleen iemand doen die als motto heeft: ik maak het mijn gasten naar de zin! Dat deed hij. Bij de afrekening protesteerden we: non di piu? Niet meer dan €32 ? Verbaasd reageerde hij: nee, dit is het. We gaven uiteraard meer, maar nodig vond hij het niet. Mensen die het anderen naar de zin willen maken, die niet de grote gebaren leven, het grote geld verdienen- ik ben ze meer tegen gekomen. De vrijwilligers in Slangenburg (Doetinchem), in Steinfeld, In Beinwil- het de kloostergasten naar de zin maken, luisteren, zorgen, praatje maken, de maaltijd inleiden ... Of de veerman die ons over de Po zette: wat een enthousiasme. Jarenlang al houdt hij statistieken bij: zoveel uit dat land, daar vertrokken, naar leeftijd uitgesplitst (ik val onder het grootste contingent) - en we komen niet weg zonder cultureel preekje (uno minute!) over  het bijzondere van de plek, de in steen zichtbare voetafdruk van Sigeric- mensen overzetten, dat doet ie- kleine gebaren. Nee, ik romantiseer niet, ze zijn niet beter dan wij/jullie: maar zonder deze kleine gebaren zou de wereld het samen-leven uiteen vallen- een kleine variant op de 36 rechtvaardigen. Ze zijn eerlijk gezegd ook een spiegel: kleine gebaren zelf 'geven' ......

Dan zondag, bepaald geen rustdag. Ik heb slecht geslapen, zie er tegen op, want heb blog van oud-tochtgenoot Esther gelezen en ik loop meer dan zij. Om acht uur weg. De klim naar de pas valt mee, want stijgen gaat me makkelijker af dan dalen. Vanaf de pas over de weg, zondag rustdag, is een goed besluit ipv klimmen en dalen. Maar dan: ik wist het, mijn stelregel is al jaren: pad naar boven is pad naar beneden. Dat klopte: allemaal steenslag, losliggende vuistdikke keien- er is geen meter waar je gewoon rustig kunt dalen. Tergend langzaam ga ik in totaal volgens de gids 1500(!) meter naar beneden. O nee, ook weer naar 700 m omhoog- slopend, de zwaarste etappe van mijn reis. De regen maakt de grote kinderkoppen spekglad- het is een aanslag op mijn lijf maar vooral op mijn geest: houdt het dan nooit op? Wanneer kan ik gewoon in een ritme lopen? Niet dus. Na meer dan tien uur kom ik aan, rust is er niet bij want alles is druk. We lopen weer een kwartier het dorp in- en ik verbaas me: ik herstel heel vlug, zelfs nu. En dan is er bier en heerlijk eten. In mijn beste Italiaans vraag ik, idee van Bea, dat mevrouw van het Osteria ons verrast: hoeven we niet te kiezen- ze schiet in de lach, vindt dat mooi en wij krijgen heerlijk eten. Kleine gebaren ....

O ja, ik krijg ook mee dat Ajax en F weer klop krijgen. Kleine nieuwtjes houden me ook gaande gelukkig.

(Wat foutjes hersteld)

Salve